The Imitation Game2631

Biopics doen het traditioneel erg goed bij de Oscars en kunnen doorgaans op veel nominaties rekenen. The Imitation Game vormt daar geen uitzondering op en maakt op 22 februari kans op maar liefst acht Academy Awards, waaronder voor de beste film, regisseur, hoofdrolspeler en scenario. Gelukkig blijkt dat de half-Britse productie niet enkel lof krijgt vanwege het onderwerp en het type film, maar ook omdat het gewoon een solide geheel is met sterk acteerwerk.

Centraal staat het leven van Alan Turing, de wiskundige en informaticus die tegenwoordig wordt gezien als de grondlegger van de moderne computer. Zijn bijdragen in dat veld waren altijd al bekend, maar tot ver na zijn dood wist het volk niet dat hij persoonlijk een enorme bijdrage had in het einde van de Tweede Wereldoorlog. Samen met enkele andere deskundigen op het gebied van cryptografie werd hij belast met het kraken van Enigma, het systeem dat de Duitsers gebruikten om gecodeerde berichten heen en weer te sturen.

Zoals de film laat zien had Turing enkele trekken van wat we tegenwoordig classificeren als het syndroom van Asperger, waardoor hij binnen het team alsnog volledig zelfstandig opereerde. Terwijl zijn collega’s handmatig probeerden de patronen van Enigma te ontrafelen werkte hij aan zijn levenswerk: een zelfstandig opererende machine die gericht op zoek moest gaan naar de oplossing van het grootste probleem van de oorlog.

Dit gedeelte over de ontwikkelingen op Bletchley Park vormt slechts de middelste van drie verhaallijnen die de film behandelt, met de jeugd en de laatste maanden in het leven van Turing als boekensteunen. In de andere secties staat de homoseksualiteit van de wetenschapper meer centraal, waarbij het belangrijk is om te beseffen dat dit zelfs in die tijd nog illegaal was in Groot-Brittannië. Uiteindelijk heeft dit zelfs geleid tot een dood waar in het begin op wordt gezinspeeld, maar die vervolgens vreemd genoeg niet in beeld wordt gebracht.

Het is gebruikelijk voor biografische films om meerdere levensjaren te belichten, maar de drie perioden worden hier zo goed afgewisseld dat de Oscarnominatie voor beste montage niet minder dan terecht is. Dit aspect is dan ook een van de belangrijkste pijlers van de productie, naast de hoofdrol van Benedict Cumberbatch. In het personage dat lichte raakvlakken heeft met Sherlock kan hij al zijn talenten toepassen en laat hij ons meevoelen met een tragisch figuur dat bij leven veel meer erkenning verdiende.

Ook de rest van de cast is door regisseur Morten Tyldum goed verzameld, met sterke bijdragen van onder andere Matthew Goode, Mark Strong en Charles Dance. Enkel Keira Knightley als de vrouwelijke steun en toeverlaat van Turing komt af en toe wat flets over en doet ons niet vergeten dat we naar de beroemde actrice zitten te kijken. Samen met het einde vormt dit echter een van de weinige zwakkere punten aan de film, die er hopelijk voor zorgt dat meer mensen bekend raken met het genie genaamd Alan Turing waar we zoveel aan te danken hebben.

Source:: The Imitation Game